Zoals ik in mijn vorige blog al schreef, zit ik in een periode waarin ik niet zozeer leef, maar vooral geleefd wórd.
Nadat mijn prachtige dochter was bevallen van een minstens zo prachtige kleindochter, begon voor mij de kraamzorg. Wij hebben de gewoonte dat ik mijn kinderen na een bevalling een paar weken ondersteun. Niet omdat ik mezelf officieel heb uitgeroepen tot kraamverzorgster, maar omdat ik nu eenmaal graag zorg en moeilijk vanaf de zijlijn kan toekijken.
Mijn dochter had een keizersnede gehad waardoor de verzorging wat intensiever was. De eerste dagen bleef ik bij haar slapen. Daarna konden we het langzaam terugbrengen naar dagdiensten en uiteindelijk steeds iets verder afbouwen.
Precies op het moment dat ik dacht dat mijn leven misschien weer een klein beetje van mijzelf zou worden, begon mijn moeder te rommelen.
Ze had pijn. Erge pijn. En ik herkende die pijn, omdat ik een paar jaar geleden zelf met hetzelfde bijltje had gehakt. Of beter gezegd: met dezelfde galblaas.
We belandden bij de huisartsenpost, waar we ruim drie uur zaten. Vervolgens werden we doodleuk met pijnmedicatie weer naar huis gestuurd. De volgende ochtend belde ik haar eigen huisarts. Die was bepaald niet te spreken over de gang van zaken en wilde haar meteen zien.
Zo gezegd, zo gedaan. Een paar uur later zaten we bij de beste man. Na wat onderzoeken besloot hij dat er met spoed een echo gemaakt moest worden. Het ziekenhuis had daar alleen geen ruimte meer voor, dus stuurde hij ons door naar de Spoedeisende Hulp.
Daar brachten we vervolgens nog eens een uur of vijf door.
Het resultaat van dit alles was een spoedoperatie diezelfde avond. Om elf uur ’s avonds werd het arme vrouwtje geopereerd en eindelijk bevrijd van haar ontstoken galblaas.
Natuurlijk kon mijn moeder daarna niet meteen naar haar eigen huis. Dus bestelde ik een hoog-laagbed en dat staat nu pontificaal in onze woonkamer. Waar bij andere mensen misschien een mooie fauteuil of een designkast staat, hebben wij tegenwoordig een volledig verstelbaar zorgmeubel. Je moet wat.
Vanmorgen zat ik gezellig met mijn moeder een kopje thee te drinken. Inmiddels is ze alweer redelijk mobiel en kan ze prima zelf uit bed komen. Dat bleek even later overigens heel handig.
Mijn kat lag heerlijk in de vensterbank te genieten van het zonnetje. Niets aan de hand. Tot we opeens een harde klap hoorden.
Daar stond ze.
Midden in de woonkamer.
Met iets in haar bek.
In eerste instantie kon ik niet goed zien wat het was. Totdat ik een staartje zag hangen.
‘MAM! ZE HEEFT EEN MUIS!’ schreeuwde ik.
Om mij vervolgens onmiddellijk achter mijn pas geopereerde moeder van 1 meter 46 te verschuilen.
Je moet in crisissituaties nu eenmaal snel bepalen wie van jullie twee het meest geschikt is om de ander te beschermen. In dit geval leek mij dat duidelijk mijn moeder.
Ik riep tegen de kat dat ze naar buiten moest. Wonder boven wonder begreep ze me en liep ze mét muis de deur uit. Daar ging ze op haar dooie gemak verder met haar prooi, terwijl mijn moeder en ik volledig in paniek alle deuren sloten.
Crisis bezworen, zou je denken.
Toen piepte de wasmachine.
Die staat in de bijkeuken en precies die deur had ik dichtgedaan, zodat de kat niet opnieuw met haar muis naar binnen kon wandelen. Ik wilde de was in de droger stoppen, opende voorzichtig de deur en keek naar binnen.
Midden in de bijkeuken lag nóg een dode muis.
Mijn moeder en ik begonnen opnieuw te gillen alsof er minstens een complete rattenplaag door het huis trok. Waarschijnlijk hebben de buren inmiddels gedacht dat de galblaas zonder verdoving werd verwijderd.
Dus nu zitten we angstvallig aan de keukentafel. Onze ogen scannen voortdurend de vloer, de plinten en ieder verdacht donker hoekje. We durven ons nauwelijks te bewegen en wachten met smart tot mijn partner thuiskomt. Hij mag het muizenprobleem oplossen. Zowel de dode exemplaren als alles wat hier mogelijk nog springlevend rondloopt.
Mijn moeder herstelt gelukkig goed. Ze kan inmiddels zelf opstaan, lopen en waarschijnlijk binnenkort weer naar haar eigen huis.
En anders ga ik gewoon met haar mee.
Volgens mij is het daar muisvrij.
*
Reactie plaatsen
Reacties