“Past de witte homo man nog in de lhbti+-gemeenschap?”
Die vraag uit Trouw lijkt bezorgd, maar stuurt alles al één kant op. Niet: wie heeft macht, wie staat buiten. Maar: voelt de witte homo man zich nog welkom.
Dat is geen neutraal vertrekpunt. Dat is framing.
Tien jaar geleden schreef Sierra Mannie in Dear White Gays: Stop Stealing Black Female Culture een zin die ik sindsdien niet meer uit mijn hoofd krijg: witte homomannen kunnen hun seksualiteit onzichtbaar maken als het nodig is, zwarte vrouwen kunnen hun zwart-zijn en vrouw-zijn nooit afleggen. De “strong black woman” die zij ironisch citeert, is geen kostuum dat je aan- en uitdoet, het is een lijf dat risico draagt. Die asymmetrie ontbreekt opvallend vaak wanneer er in Nederland wordt geschreven over de “scheidslijn” in de regenbooggemeenschap.
Intussen schuift het debat allang niet alleen meer door cafés en talkshows, maar via Netflix, TikTok en streamingplatforms. In een recente YouTube-analyse over de serie Heated Rivalry en andere populaire queer shows wordt het bijna wiskundig uitgelegd: in de meeste gay verhaallijnen is een wit hoofdpersonage de constante. De ander mag bruin, Aziatisch of “ethnically ambiguous” zijn, maar witheid blijft het middelpunt. Twee queer personen van kleur in één liefdesverhaal, een fem zwarte lead, een echt intersektioneel narratief, wordt door de industrie al snel bestempeld als “te niche”.
Dat heet in die video de profitability paradox. Zolang een queer verhaal vooral wit, jongensachtig en verkoopbaar blijft, mag het bestaan. Zodra kleur, genderdiversiteit en klasserealiteit in beeld komen, wordt het ineens “moeilijk” voor het grote publiek. Niet omdat er geen publiek is – elke keer dat zo’n serie wél wordt gemaakt, staat hij meteen bovenaan – maar omdat studios en platforms op veilig geld willen spelen. Diversiteit is prima, zolang het de dominante verbeelding van de witte man niet echt verschuift.
En precies daar schuift Trouw in. De witte cis homo man verschijnt niet als iemand die relatief veel veiligheid, zichtbaarheid en toegang heeft binnen de lhbti+-gemeenschap, maar als mogelijk slachtoffer van een te radicale queer jeugd. Alsof het verlies van vanzelfsprekende centraliteit hetzelfde is als buitensluiting. Alsof de regenboog “verdeeld” raakte op het moment dat mensen van kleur, trans mensen en vluchtelingen hardop begonnen te zeggen: jullie emancipatie is niet het eindpunt van de geschiedenis.
Wat ondertussen buiten beeld blijft, is hoe vaak witte homomannen zelf de norm blijven in media, in Pride-organisaties, in besturen, in casting. In series waar black and brown queers sideplot sapphics zijn of beste vriend, in plaats van centrum van verlangen. In Nederlandse prides waar ballroom, zwarte en bruine queer mensen en vluchtelingen nog steeds vechten voor tijd, ruimte en budget, terwijl de botenparade als “cadeautje aan hetero Amsterdam” wordt verkocht.
De witte homo man is geen vijand. Maar hij is evenmin het natuurlijke middelpunt waar media automatisch omheen moeten blijven schrijven en programmeren. Zolang kranten en streamers hem als referentiepunt nemen, blijft echte intersektionele representatie voelen als bedreiging in plaats van als correctie.
Dan lijkt het alsof de vraag is of hij “nog past” in de gemeenschap. Terwijl de échte vraag al jaren is: wie werd er nooit binnengelaten, en waarom durven we dat nog steeds niet centraal te zetten?
*
Gerinio Triebel
Gerinio is journalist, dansmaker en socioloog.
Hij schrijft voor onder andere Radar, Red Pers en AT5 over macht, identiteit en consumentenzaken.
Daarnaast maakt hij multidisciplinaire voorstellingen met zijn collectief All Those Creators.
Reactie plaatsen
Reacties